4-maandentraject voor gemeentelijke afdelingen Ruimtelijke Ordening

4-maandentraject voor gemeentelijke afdelingen Ruimtelijke Ordening

Provinciaal belang onder Omgevingswet
Onder de Omgevingswet is in principe het college van B&W van de gemeente het bevoegde gezag, tenzij anders staat aangegeven. Dit is de hoofdregel die je terug kunt vinden in artikel 5.8 Omgevingswet. Er zijn ook provinciale belangen waarbij GS bevoegd gezag kunnen zijn. Dat zijn vaak gebieds- of onderwerp overstijgende onderdelen van de fysieke leefomgeving, zoals het landschap of water, zie artikel 5.10 Omgevingswet.

Een interessante uitspraak
van een verkenning waar de grenzen liggen van het ‘provinciaal belang’ is die van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 12 juni 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:3708. De uitspraak gaat over een verleende omgevingsvergunning (BOPA) voor een voetpad naast een woning. Dit voetpad was illegaal aangelegd en ligt in het NNB (Natuurnetwerk Brabant). Op dit gebied zijn de instructieregels van toepassing uit de Omgevingsverordening Noord-Brabant. De eerste reflex bij de meeste RO-ers bij gemeenten zal waarschijnlijk zijn, ‘dit moet voorgelegd worden aan de provincie of hier gaat de provincie over’. Volgens het college van B&W zou er geen toestemming nodig zijn van GS. De grens van het NNB wordt immers niet gewijzigd en de BOPA is volgens het college ook niet in strijd met par. 5.3.5 van de provinciale omgevingsverordening.

De rechtbank overweegt in r.o. 7.2 onder meer: “Uit de parlementaire geschiedenis volgt dat het begrip ‘provinciaal belang’ bewust niet nader is ingevuld in de Ow, maar dat het aan het bestuursorgaan is om dit belang te motiveren waarbij artikel 2.3 van de Ow in acht moet worden genomen. Of een bepaald onderwerp of project als provinciaal belang kan worden aangemerkt, is afhankelijk van de bestuurlijke context op een bepaald moment. In de toelichting bij het Ob staat dat dit provinciaal belang naar tijd en plaats kan verschillen. Om deze reden geeft het Ob ook geen definitie van provinciaal belang en moet dit bij voorkeur blijken uit op provinciaal niveau vastgestelde beleidsstukken en visies.”

De rechtbank oordeelt hier dat er geen sprake is van een provinciaal belang. Het gaat hier om een relatief klein pad dat er al ligt sinds 2008 en aan de rand van het NNB en in de bufferzone. Verder geeft de rechtbank aan dat het college in redelijkheid heeft kunnen stellen dat er sprake is van ETFAL. Dit criterium is een open norm, waarbij het college beleidsruimte heeft om deze in te vullen. Het college heeft meerdere adviezen aan deze beoordeling ten grondslag gelegd en een belangenafweging gemaakt, aldus de rechtbank in r.o. 8.1.1.

Hopelijk volgen er binnenkort meer uitspraken over dit op het eerste oog saaie, maar voor de gemeentelijke praktijk o zo belangrijke onderwerp!
provinciaal belang


Wil je meer weten over provinciale instructieregels en het nieuwe omgevingsplan?
Volg dan STAP 4 uit de leergang ‘Het nieuwe omgevingsplan platgeslagen‘.